Aiya’s Strijd werd dit jaar 2e tijdens de Hebban Fantasy Award. Dat betekent dat het boek bijna de beste Fantasy van Nederlandse bodem is. Patricia heeft ook enorm genoten van het boek en de recensie kun je hier vinden.

Wij spraken met auteur, Jolien Tonnon, over het winnen van deze 2e prijs en uiteraard over Aiya’s Strijd. 

Jolien is opgegroeid in Heemswerk en verhuisde voor haar studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies naar Nijmegen waar ze is blijven wonen met haar vriend en twee katten in een knus appartement. Wel verlangt ze – samen met haar twee katten – naar een tuin om in te spelen.
Na haar studie deed ze een opleiding Levens- en loopbaancoach en werkte ze o.a. als coach in het onderwijs en met vluchtelingen.

In die periode voelde ik steeds duidelijker dat ik eigenlijk wilde schrijven. Als iets mij raakt vertaal ik dat graag op een creatieve manier. Ik dans graag en om mijn hoofd leeg te maken, loop ik vaak (hard) in de bossen. Ik probeer, zonder al te veel resultaat, de wereld en mezelf te begrijpen.

 

In het schrijven vind ik een rust, die ik eerder niet kende en die voelt als een bestemming.

SAMSUNG

Wauw, je debuut Aiya’s Strijd is tweede geworden tijdens de Hebban Fantasy Awards 2014!! Hoe voelt dit voor jou?

Fantastisch natuurlijk! Het is heel erg fijn te weten dat zoveel mensen op Aiya’s Strijd hebben gestemd. Ik begon aan Aiya’s Strijd omdat ik het verhaal wilde vertellen. Het moest er, bij wijze van spreken, uit.  Terwijl ik aan het schrijven was, voelde ik dat ik ervaringen uit het verleden aan het verwerken was en ik had geen rust voor ik het verhaal had opgeschreven. Een vriend van mij vroeg mij ooit of ik ook zou schrijven als niemand het zou lezen. Natuurlijk zou ik dat doen, dat heb ik eigenlijk tot voor mijn debuut steeds gedaan, maar ik kan niet ontkennen dat het geweldig is om te weten dat je gelezen wordt. En het winnen van de tweede prijs zegt dan ook nog eens dat het gewaardeerd wordt.  Dat is zo’n goed gevoel!”

 

De strijd tussen een inheemse bevolkingsgroep in Zuid-Amerika en de Zuid-Amerikaanse overheid heeft voor inspiratie gezorgd voor Aiya’s Strijd. Op welke manier en wat heb je daarvoor gebruikt voor jouw verhaal?

“Ik wilde vooral laten zien dat een conflict, élk conflict, meerdere kanten heeft en dat het kantelpunt tot geweld is wanneer je de ander niet meer als medemens, maar als vijand ziet. Met Aiya’s Strijd heb ik als het ware het omgekeerde gedaan, ik heb de vijand menselijk willen maken. Het Zuid-Amerikaanse continent is een fascinerend continent met een geschiedenis van dictatuur en onderdrukking in het recente verleden. De dictatuur is voorbij, maar daarmee is die nog niet uit het collectieve geheugen verdwenen. Soms staan slachtoffers en daders letterlijk naast elkaar in de rij bij de bakker. Dan is de spanning nog voelbaar en toch moeten ze samen verder. Ik heb verhalen van de vreselijkste martelingen gehoord van de slachtoffers zelf, en er zijn er tallozen die het niet meer kunnen navertellen. Ook de inheemse bevolking was veelvuldig slachtoffer van de dictatuur. Er zit veel frustratie bij het kleine elitaire deel van die groep, die bereid is te vechten voor hun landrechten en flirten met groeperingen als de Zapatistas en de Farc en zo dreigen ze zich in een nieuw conflict te storten. Tegelijkertijd hebben ze wel een goede reden; hun voorouderlijke grond wordt hen ontnomen en er is juridisch niet veel wat ze er tegen kunnen doen. Het overgrote deel van de bevolking is overigens voornamelijk bezig met overleven. Er is lang niet altijd voldoende te eten en hoewel ze hun land willen behouden, zijn ze veel gelatener over de situatie. De overheid ziet hen echter als mogelijke terroristen en dat maakt overleg juist zo ingewikkeld.

Voordat ik begon met schrijven dacht ik niet, nu ga ik mijn ervaringen uit Zuid-Amerika omschrijven naar een fantasy verhaal. Wel ontdekte ik tijdens het schrijven dat Zuid-Amerika een belangrijke rol speelde. Aiya is een rebellen meisje, een vrijheidsstrijder. Ze vecht voor de, in haar ogen, goede zaak. Het is niet toevallig dat ze uit de bergen komt en dat het ‘establishment’ bereid is tot vreselijke martelingen.

Ook de condor, die de doden naar het volgende leven begeleid, is niet toevallig gekozen. De condor staat aan de ene kant symbool voor alles overstijgende liefde. Condors vormen een paar voor het leven, en als de een sterft, vliegt de ander zich te pletter. Tegelijkertijd maakte ‘operatie condor’ ten tijde van de dictaturen, het mogelijk om ‘tegenstanders’ over de grenzen heen uit te leveren. Dit is dus geen eenduidig symbool, maar heeft zowel een positieve, als een negatieve connotatie.

Aiya’s Strijd gaat ook over een loyaliteitsconflict en het heruitvinden van jezelf en je ideeën.

Tijdens mijn verblijf werd me gevraagd mee te doen in hun vrijheidsstrijd. Natuurlijk sympathiseerde ik met ze en wilde ik ze graag helpen, maar ik wist niet zo goed hoe en het was uiteindelijk niet mijn strijd, niet mijn conflict. De waarheid is misschien dat ik er ook gewoon te bang voor was en bovendien twijfelde ik of ik er wel voldoende achterstond en er voldoende kennis van had om een mening te vormen. Het antwoord was nee. Ik vond mijn eigen kennis niet toereikend. Bovendien had ik het idee dat de overheid steeds meer bereid was tot toenadering. Ik ging weer terug naar Nederland om mijn scriptie te schrijven en mijn eigen veilige leven verder te leven. Nadat ik twee maanden terug was, werd mijn sleutelinformant vermoord. Kennelijk had ik de situatie onderschat. Ik heb het daar wel heel moeilijk mee gehad, ik had het gevoel dat ik ze liet zitten en voelde me schuldig. Die gevoelens zijn Aiya ook niet vreemd en dat is niet voor niets.”

jolien @ HFA(foto: Jeff Cook)

Aiya is een echte doorzetter en heeft hele erge sterke eigenschappen. Lijkt zij op een of andere manier op jou? En hoe zit dat met de karaktereigenschappen van de andere personages?

“Natuurlijk lijkt ze tot op zekere hoogte op mij. Ik denk dat alle (hoofd)personages altijd iets van de  auteur hebben. Je bent zo lang en zo intensief met elkaar verbonden dat het, denk ik, niet anders kan. Je moet er haast wel iets van jezelf instoppen.

Aiya is veel stoerder dan dat ik ben, maar ze twijfelt ook enorm en wil graag het goede doen en daarbij zoekt ze naar haar plaats in de wereld en heeft ze een enorme drang om vrij te zijn met een hunkering naar verbondenheid. Die laatste dingen heb ik zelf ook.

Maar het meest lijkt ze waarschijnlijk op mij in de subtiele dingen. Steeds als ze iets meemaakte stelde ik me voor hoe ik daarop zou reageren, hoe ik dan zou kijken en bewegen. Natuurlijk geldt dat ook voor de andere personages, maar voor hen heb ik, misschien nog meer dan voor Aiya, om me heen gekeken naar hoe andere mensen reageerden op gebeurtenissen.”

 

De lezers van Nederland zijn nog niet helemaal overtuigd dat Nederlandse schrijvers ook goede fantasyboeken kunnen neerzetten. Waar denk je dat dit aan ligt?

“Ik hoor heel vaak van lezers dat ze verbaasd zijn dat Aiya’s Strijd zo lekker leest, dat de emoties en gebeurtenissen zo indringend overkomen en dat ze dat alleen kennen van Engelstalige (fantasy) boeken. Het is waarschijnlijk deels cultureel bepaald. Het Engels is een rijkere taal, met zo’n 10.000 woorden meer om mooie zinnen mee te maken, en daarmee ook subtieler. Daarbij is fantasy veel meer ingebed in de Engelse/Noord-Amerikaanse cultuur en als die ons  bereikt is dat vaak via films en series, die ook weer in het Engels zijn. Daarbij willen wij een herkenbare wereld. Misschien hebben we ook wel minder fantasie of durven we dat minder uit te spreken. Ik denk dat het deels door onze Calvinistische achtergrond komt. In het Engelse taalgebied is dat anders, daar wordt fantasy wel degelijk als literatuur gezien. Niemand hoeft daar overtuigd te worden dat het werk van Tolkien literatuur is.

Om dat te veranderen is  vanuit het lezerspubliek een omslag nodig. Veel jonge mensen willen alleen Engelstalige fantasy lezen. Soms hoor ik wel eens mensen vragen wanneer mijn boek vertaald wordt zodat ze het in het Engels kunnen lezen: er wordt dan vaak vergeten dat Nederlands in dit geval de oorspronkelijke taal is. Ik kan me ook voorstellen dat het juist bij fantasy lekker is om dat niet in je eigen taal te lezen, zodat er nog een extra laagje vervreemding bij komt. Veruit de meeste fantasyboeken zijn Engelstalig en veel lezers beheersen die taal goed. Ik lees Engelse boeken ook het liefst in de oorspronkelijke taal, omdat ik bang ben dat er bij de vertaling te veel verloren gaat. 

Een deel ligt ook bij de auteurs.

De kunst is, denk ik, om ook in het Nederlands een rijke belevingswereld neer te zetten.

Daarbij zijn veel Nederlandse auteurs wat terughoudend en bescheiden en daarmee verkoop je je boeken helaas niet in het buitenland. Ik merk dat zelf ook, ik vind het nog steeds raar om mijn eigen boek te verkopen, het is niet in mijn ‘comfort zone’ en ik word er vaak nog een beetje ongemakkelijk van. Als  de lezers me niet steeds opnieuw zouden vertellen hoe mooi ze Aiya’s Strijd vinden, zou ik dat denk ik niet kunnen. Gelukkig hebben we wel een aantal auteurs die goed verkopen, Thomas Olde Heuvelt is daar denk ik het grootste voorbeeld van. Nu Hex is verkocht aan Warner Bross zullen veel meer mensen het gaan lezen en zo komt het weer terug naar Nederland. Als meer schrijvers in het buitenland bekend worden zullen ze ook meer kans maken op de Nederlandse markt. Ik hoorde pas dat Tonke Dragts, Brief aan de koning, pas nu, 52 jaar na de eerste druk, vertaald zal worden in het Engels. Dat had al veel eerder moeten gebeuren. Ze zal dit wel niet lezen, maar mocht ze dat onverhoopt toch doen, dan wil ik haar daar van harte mee feliciteren en ik hoop dat ze er nog lang van mag genieten.”

 Jolien en Prijs(foto: Jeff Cook)

Kun je ons vertellen hoe jouw schrijfproces eruit ziet? Hoe ga je te werk?

“Meestal begint het met een idee, een gevoel, een thema of een scene, die zich als een vastgelopen langspeelplaat steeds weer herhaalt in mijn hoofd. Dat begint meestal in de vroege ochtend, als ik nog in een halfslaap verkeer en me nog een keertje omdraai. Het gaat pas over als ik het opgeschreven heb, dan is het eruit en kan ik verder. Soms schrijf in intensieve bijna maniakale periodes waarin ik bijna door het schrijven wordt opgeslokt en alles om mij heen vergeet. Dan weer schrijf ik weken niet. Hoewel het soms voelt alsof ik weinig invloed heb op wat ik om dat moment moet schrijven, probeer ik me steeds af te vragen of de dramatische kracht van mijn stuk overeind blijft.”

 

Tot slot: welke boodschap wil je aan ons/de lezers meegeven?

“Lees ook Nederlandstalige boeken, laat je verassen door hun zeggingskracht en vertel het anderen als je door een boek bent gegrepen. Post erover op facebook/twitter e.d.  Veel auteurs vinden het leuk om te horen wat je van hun boek vind. In tegenstelling tot veel grote Engelstalige auteurs, kunnen maar weinig Nederlandse schrijvers leven van de verkoop van hun boeken, al zouden ze dat graag willen. Ik vind het belangrijk dat onze boeken gelezen worden. Ik leen zelf soms ook boeken van mijn vrienden en ik leen zelf ook boeken uit. Daar hebben de auteurs natuurlijk helemaal niets aan, ze krijgen niet eens de bibliotheek registratie, maar ze worden wel gelezen. Natuurlijk heb ik het liefst dat je Aiya’s Strijd koopt, leest en of cadeau doet, maar als je niet in die mogelijkheid bent, leen het dan van iemand, of uit de bieb. Want dat is toch uiteindelijk de droom van elke auteur, door zoveel mogelijk mensen gelezen worden.”

Aiya met prijs(foto: Jeff Cook)