Vanessa Gerrits schreef een Young Adults Fantasy over engelen en kraaien. De recensie van het boek lees je hier
En wij waren wel heel erg nieuwsgierig geworden naar de persoon achter het leuke verhaal… 
Wij mochten Vanessa daarom een aantal vragen stellen… Dus wil je haar leren kennen? Lees dan gauw verder! 

1. First of all: wie is Vanessa Gerrits?
Zo, we beginnen al meteen met de existentiële vragen, zeg! Maar over mezelf in 3de persoon spreken doe ik wel graag, so here goes: Vanessa is een creatieve twenty-something uit Belgisch Limburg. Over Belgen wordt wel eens gezegd dat ze met de baksteen in de buik geboren zijn, wel, dan ben ik met een boek in mijn buik geboren denk ik! In het gewone leven ben ik naast een jobhuntende copywriter ook de minst sportieve persoon ter wereld en een History Channel-verslaafde. Bij gebrek aan een religieus geloof heb ik me rond 2008 bekeerd tot het Twilightisme en dat werkt prima voor me hoor. Wij aanbidden sparkles enzo. Verder houd ik ook van katten, digitaal schilderen, boekverfilmingen, thee drinken …

2. Hoe is je liefde voor schrijven ontstaan?
Als kind schreef ik dolgraag opstelletjes, als middelbare scholier was ik de enige die opgewekt werd in het vooruitzicht van een verhandeling en als melancholische (en op dat moment al dan niet verliefde) tiener schreef ik ook wel wat poëzie. Maar de drang/ambitie/droom om een boek te schrijven, kwam er pas nadat ik Twilight gelezen had.

Dus dankjewel Stephenie Meyer, zonder jou werd ik nu niet geïnterviewd door Nine Sisters!

3. Tweedehands Vleugels is je debuut: hoe ben je op het idee gekomen?
Toen het kantoor waar ik werk nog ergens anders gevestigd was dan nu, ging ik met de bus naar het Brusselse Noordstation. Nu moet je weten dat dat zo ongeveer de meest mistroostige buurt ter wereld is. Oké oké, niet ter wereld, maar toch: behoorlijk mistroostig. Dan kan je wel wat inbeeldingsvermogen gebruiken om de boel iets minder angstaanjagend en vooral ietsje gezelliger te maken. Dus tijdens een busritje richting station op een donkere avond, spotte ik in het voorbijrijden iets in een louche steegje. Waarschijnlijk gewoon wat afval of zoiets. Mijn fantasie sloeg echter meteen op hol: het was een duister iemand die over iemand anders gebogen zat. Waarom? Een aanval! Wat als het nu eens een wezen was dat de vleugels van een ander wezen aan het stelen was? Maar waarom? Omdat hij ze zelf wil! Toen ik een keertje verlof had, ben ik dan maar aan het schrijven gegaan daarmee. Tadaaaa, Tweedehands Vleugels!

Interviewpicture

4. Wat is je favoriete scene in het boek?
Mijn favoriete scène in Tweedehands Vleugels is die waarin Lucy en Max de slachtoffers van een grote appartementsbrand ter hulp schieten. Die scène kwam zo’n beetje onverwachts opduiken in mijn verhaal en hoewel ‘ie niet gepland was, kreeg ik het echt niet over mijn hart om ‘m te schrappen. Wellicht omdat dit voor mij het moment is waarop Lucy zich realiseert dat ze niet enkel verliefd is op haar Kraai, maar dat ze ook echt van hem houdt.

4a. Hoe heb je het ervaren om deze te schrijven?
Die scène schrijven was dus erg leuk omdat hij op een natuurlijke wijze tot stand kwam: gewoon schrijven en kijken waar je uitkomt.

Ik volgde voor een keer de regie van mijn personages, in plaats van andersom. Een soort van bevrijdende schrijfervaring die me nog te zelden voorvalt!

5. Hebben de personages iets weg van jouw eigen persoonlijkheid?
Moeilijke vraag! Sowieso altijd wel een beetje denk ik, dat gaat onbewust zo. Meestal ga je dan een eigenschap van jezelf heel erg uitvergroten in de projectie ervan op je personage: ben je zelf een beetje koppig, dan zal je personage die extreme koppigheid misschien wel van jou hebben. Je kan ook geen geloofwaardig supersarcastisch hoofdpersonage als je zelf geen vleugje sarcasme in je humor hebt zitten, denk ik. Lucy en ik houden alleszins allebei van zoet eten en desserts (tja, het is een vloek en een zege tegelijkertijd!) en hebben lang bruin haar, maar Lucy is veel impulsiever, altruïstischer, vergevingsgezinder, avontuurlijker … Wel hebben we bij wijlen allebei een overemotioneel kantje!

6. Kun je ons iets vertellen over de werkwijze “achter de schermen”?
Ik wou dat ik hier iets heel erg cool op kon antwoorden, maar ik ben één van die saaie auteurs die gewoonweg alleen maar achter haar computer zit. Geen sluimerende koffieverslaving die me stuwt, geen legertje van katten om me gezelschap te houden, geen volgekrabbelde notitieboekjes die torenhoog stapelen rond mijn bureau, geen internetcafé waar ik mijn beste hoofdstukken schrijf … Gewoon ik en mijn Word-document, thuis, met een flesje water erbij! Saai, hé?

6a. Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?
Mijn schrijfproces is dus ook niets speciaals. Wel werk ik grotendeels chronologisch (anders schrijf ik alleen de leukste scènes en sla ik de rest over) en stuur ik na elke schrijfsessie een backup naar mijn mailadres. Tikje paranoia wat schrijfwerk kwijtgeraken betreft dus!

6b. Waar komt je inspiratie vandaan?
Inspiratie en observatie liggen voor mij heel erg dicht bij elkaar. Op die manier kan je van iets kleins iets groot maken. Boekenideeën worden bij mij dan ook vaak geboren uit misverstanden: iets langs de straat dat je verkeerd zag, een titel van een ander boek dat je mis interpreteerde voor je het las …

6c. Heb je aparte rituelen?
Rituelen? Het bloed van een maagd drinken bij volle maan enzo? Oh ja, dat doe ik wel eens, maar nu niet specifiek om vlotter te kunnen schrijven, gewoon voor de lol eigenlijk. (grapje hoor)

interviewpicture2

7. En toen was je verhaal af…. Waarom heb je gekozen voor self publish?
“Kiezen” voor selfpublishing is een groot woord. De meeste schrijvers die zelf uitgeven zouden wellicht toch liever bij een uitgeverij ondergebracht zijn, en dat is bij mij niet anders. Na twee uitgeverijen aangeschreven te hebben en twee afwijzingen ontvangen te hebben, was ik dat slome proces echter wel een beetje zat. (What can I say, ik ben een vatje ongeduld)
Ik had geen zin in nog eens zes maanden wachten op antwoorden die dan wellicht toch negatief zouden zijn. Dus dan ben ik maar zelf aan de slag gegaan, en uiteindelijk ben ik daar best tevreden mee! De vrijheid die je hebt qua cover, marketing, prijsbepaling etc als selfpublisher, heb je natuurlijk niet als je onder contract staat. Dus het is misschien niet waarvoor ik ‘koos’, maar het is wel goed uitgedraaid, denk ik!

Selfpublishing begint naar mijn inziens zelfs een beetje de norm te worden bij jonge fantasyauteurs – cool, toch?

7a. Zou je dit in de toekomst weer zo doen? Zo ja, waarom?
Ik ga de rest van de Vleugels Trilogie ook gewoon selfpublishen (tenzij er nu spontaan een uitgeverij komt aankloppen natuurlijk, be my guest ;)) maar voor andere verhalen ga ik het er wel nog eens op wagen om m’n manuscript op te sturen. Stiekem zou ik mijn boeken namelijk noghet allerliefst ook in fysieke boekenwinkels zien liggen, en dat is als selfpublisher semi-onmogelijk. Ook een professionele begeleiding is zeker welkom want er komt allemaal veel bij kijken.

8. Hoe voelt het nu je “kindje” door iedereen kan worden gekocht en gelezen?
Het was best een eng moment toen ik mijn boek voor het eerst naar enkele boekenbloggers stuurde ter beoordeling. Mijn eerste recensie kreeg ik nota bene op mijn 24ste verjaardag van Anneke van www.eenlettermeergraag.nl, en die was wonderbaarlijk positief! Eigenlijk vind ik het over het algemeen gewoon heel leuk om weten dat mensen mijn woorden lezen, zelfs als ze achteraf kritiek hebben. Een neersabelende review heb ik voorlopig nog niet gekregen, dus dat is bang afwachten! Niet iedereen kan het natuurlijk even leuk vinden, maar voorlopig zijn de reacties toch verrassend lovend en dat is natuurlijk superfijn en ook vooral motiverend om verder te blijven schrijven.

9. Zilveren vleugels: de titel van het vervolg op Tweedehands vleugels. Kun en wil je hier meer over vertellen?
Ja, graag! Ik ben er zelf erg enthousiast over (al heb ik onlangs een gigantische plothole ontdekt en moet ik natuurlijk nog zevenendertig correctierondes doen, dus vraag het me daarna nog eens). Ik ben vooral suuuuuuper benieuwd wat iedereen ervan gaat vinden. Als je Tweedehands Vleugels gelezen hebt, kan je je wel al iets voorstellen bij wat de titel Zilveren Vleugels symboliseert. En als je het nog niet weet, ga ik het nog even niet spoilen 😉 Ik moet nog een klein stukje first draft doen en dan kan ik beginnen herlezen en herschrijven – the worst part of the job. Ik denk (lees: hoop) wel dat ik veel minder verbeterwerk aan dit tweede deel ga hebben omdat de lengte alvast goed zit en ik al veel heb bijgeleerd sinds mijn debuut. Sommige fouten die ik toen nog maakte, kan ik nu van de eerste keer vermijden. Dat scheelt de proeflezers en eindredactrice een berg werk! Toch zal het realistisch gesproken nog zeker een half jaar duren vooraleer Zilveren Vleugels ècht af is. Rond het einde van het jaar hoop ik het voor de lezers beschikbaar te kunnen stellen! Uiteraard hoort Nine Sisters het als één van de eersten wanneer het zover is 😉

10. Er zijn genoeg mensen met de wens om auteur te worden. Heb jij een tip voor ze die niet cliché is? 😉

Durf op te geven.

Dat verhaal waarvan je op je 14de overtuigd was dat het jouw bestseller zou worden (inclusief vertaling naar het Engels en Hollywoodverfilming natuurlijk), is op je 21ste of weet-ik-hoeveelste waarschijnlijk niet meer het neusje van jouw fantasiezalm. Kies voor verse vis. Je zou dat puberale en hoogstwaarschijnlijk derivatieve net-niet-fanfiction verhaaltje kunnen herwerken en herschrijven tot je blauw in het aangezicht uitslaat, maar dat is vaak onbegonnen werk. Klinkt misschien een beetje lui, maar wat ik eigenlijk wil zeggen is dat je je niet moet laten beperken door iets waarvan je ontegensprekelijk hield toen je pas begon met doelgericht schrijven, maar waarin je intussen gegroeide kennis, ervaring en inbeelding niet meer past. Die eerste verhalen moeten er zijn en ze zullen altijd een speciaal plekje in ons schrijvershart hebben, maar bestsellers zullen ze zelden tot nooit worden. Zoals Elsa al zong: Let it gooooo! 😉

interviewpicture3