Twee

Mijn wangen zijn rauw van de zoute tranen die erover hebben gerold en voorzichtig veeg ik het natte weg met de punt van mijn kussensloop.
Ik kan alleen maar aan Remy denken en hoe we het vroeger hadden. Met z’n drieën waren we altijd zo hecht. We waren het perfecte gezin, vond ik zelf.
Remy en Jareto zijn de beste broers die een meisje zich maar kan wensen. Altijd hebben ze voor mij klaargestaan. Remy sloeg altijd de jongens die mij vroeger op de basisschool pestten. Altijd als ik ruzie had of ik voelde me gewoon vreselijk – want dat doen meisjes natuurlijk – kon ik bij Remy en Jareto terecht. Het liefst legde ik mijn ei bij beiden jongens neer. En ze waren er voor mij, zoals broers dat behoren te doen. Ook toen Naomi, Jenna en Tyas in beeld kwamen, ging onze hechte broeder/zusterschap niet weg. De lijn tussen ons bleef strak gespannen staan. Alsof we beste vrienden waren, de drie musketeers.
Met z’n drieën – en later met z’n zessen – waren we hecht en onvermurwbaar. We deden veel dingen samen zoals de festivals bezoeken in het centrum, maar ook simpel de boodschappen doen voor mam of picknicken in het park.
Bij Remy en Jareto voelde ik me altijd veilig. Vooral omdat mijn pa me behoorlijk bang kon maken voor de Goden en Godinnen.
Altijd heb ik hen gevreesd… En dat doe ik nu nog steeds. En ik word echt bang van het idee dat Remy nu een God is.
Ik kan het niet geloven…

Babe

Tyas stuurt me een smsje en terwijl ik naar buiten kijk, tik ik een berichtje terug. Het begint te schemeren.
De hele dag heb ik op mijn zolderkamer gezeten. Niemand mocht mijn kamer binnenkomen en met niemand wilde ik spreken. Ook met Tyas niet, die een aantal pogingen heeft gedaan om mij te bellen. Hij zal het niet riskeren om op ons grond te komen, want hij mag dan wel blond zijn… Dom is hij echt niet.


– Sorry

Excuses aanvaard. Babe, ik weet dat het zwaar is, maar het leven gaat door. Je moet Remy vergeten.

– Hoe kun je dat nou zeggen? Hij is mijn broer! Jij bent enigst kind, jij weet niet hoe het is om broers te hebben!

Ik begin weer kwaad te worden en driftig duw ik op het touchscreen van mijn telefoon. Ik
druk nog net niet door de telefoon heen. Niet dat ik kwaad ben op Tyas, maar gewoon op het hele gebeuren. Tyas heeft net pech dat hij mij aanspreekt.

Ik beschouw jouw broers als mijn broers… Ik hoor toch ook bij jullie gezin…? En net als Jareto (die sprak ik vanmiddag) ga ik ook Remy in het verleden laten. We kunnen er niets meer aan doen, babe. Het is een ongeschreven regel, maar wel een die door IEDEREEN wordt gehanteerd: Rivers EN Donovan.

Met een zucht laat ik me achterover op bed vallen. Van Tyas zal ik dus geen steun kunnen verwachten als ik naar Remy wil gaan zoeken.

Mijn telefoon trilt weer: Babe, kom naar de grens. Ik moet je spreken.
Kreunend ga ik rechtop zitten, ik heb absoluut geen zin om naar buiten te gaan, maar als Tyas het niet kan smsen dan moet het wel dringend zijn.
Met tegenzin trek ik mijn schoenen aan en loop naar beneden. Jareto en mijn ouders zitten in de keuken.
‘Ik ben even naar de grens,’ zeg ik snel en ben buiten voordat ze iets kunnen zeggen. Zij weten dat ik daar Tyas zal ontmoeten. Wie anders?

Ons huis is niet zover van de grens vandaan en met snelle passen loop ik over het asfalt. De zon is ver achter de muur verdwenen en straatlantaarns schieten aan. Het is redelijk rustig op straat. Mensen lopen naar huis of naar de tramhalte. Allemaal bekende mensen, ze behoren allemaal tot de clan van mijn vader. Uiteraard hebben ze ieder een eigen achternaam, maar op straat zijn ze bekend als een Donovan. Je hoort bij de Donovans of bij de Rivers, op straat heb je geen andere identiteit. Wel op je werk en op school.
De Riversside wordt echt met een muur gescheiden van ons deel, maar hier en daar heb je doorgangen die worden bewaakt. De ene keer door een Rivers, de andere keer door een Donovan. Vanavond staan er Donovans aan de muur, want Tyas staat aan onze kant. Een Rivers zou dat nooit zomaar toelaten, maar een Donovan durft het risico te nemen om hem zonder toestemming van mijn of zijn pa toe te laten.

Tyas heeft zijn zomerse kleding ingeruild voor een lange spijkerbroek en een zwart shirt. Wel draagt hij nog de witte Vans.
Hij komt op me aflopen en pakt mijn hand vast, trekt me mee richting een bankje verderop in de straat. Het staat onder een boom en is bezaaid met roze bloesemblaadjes.
Zuchtend gaat hij zitten, trekt me op schoot en geeft me een kus.

‘Wat wilde je zo dringend bespreken?’ fluister ik en veeg zijn haren uit zijn ogen. Hij moet nodig naar de kapper. Zijn blonde haren zijn net iets te lang en achter in zijn nek begint een kort matje te groeien. Afschuwelijk, als je het mij vraagt.
‘Ik maak me zorgen,’ begint hij en kijkt me aan met een ernstige blik. Zuchtend wend ik mijn blik af.
‘Ik weet dat je van Remy houdt, maar je moet écht accepteren dat hij een God is. Je kunt hem niet terugwinnen. Ook al zou je hem vinden of terugzien, hij kan niet meer terug in de familie komen,’ vertelt hij fluisterend en ik bijt op de binnenkant van mijn wang. ‘Eenmaal in de Hemel, kom je er niet meer uit.
Want dat is wat je wilt gaan doen hè? Je wilt hem gaan zoeken, je wilt je leven riskeren voor hem.’ Tyas pakt mijn kin vast, zodat ik hem aan moet kijken.
En ik zie iets in zijn ogen wat ik nog nooit heb gezien… angst. Maar hij heeft wel gelijk. Net als Remy mij had beloofd, wil ik nu voor hem vechten.
Zijn adem stokt terwijl onze ogen elkaar vasthouden en ik slik, bijt op mijn onderlip.
‘Babe, Taïra, beloof op onze relatie dat je de hele Remy-zaak zult laten rusten. Ga alsjeblieft – en ik smeek het je met heel mijn hart – niet naar hem op zoek. Je zult er niets mee bereiken dan stress,’ zijn ogen smeken me echt en hij heeft nog nooit zoiets van me gevraagd. In ieder geval niet “op onze relatie”, hij weet dat onze relatie belangrijk is voor mij – en voor hem. En ik wil Tyas niet kwijtraken.
Zachtjes knik ik. ‘Ik beloof op onze relatie dat ik Remy laat rusten.’
Tyas glimlacht en wil me een kus geven. Ik trek mijn gezicht terug. ‘Maar als ik hem tegenkom of zie, dan spreek ik hem aan.’
Ik weet dat Tyas niet gelooft dat zoiets mogelijk is, dus hij knikt. ‘Prima.’
Dan sluiten we de belofte met een kus.
‘Ik houd van je, babe,’ fluistert hij en ik glimlach.
‘Ik ook van jou.’

Zwijgend zit ik op zijn schoot, terwijl het steeds rustiger wordt op straat. Een briesje omhelst ons en even sneeuwt het roze bloesemblaadjes. Beiden kijken we op, glimlachen om het mooie gebaar van de natuur.
‘Ben jij dat?’ vraag ik aan Tyas, omdat ik weet dat hij zoiets wel eens doet om de boel romantischer te maken.
Hij grinnikt. ‘Soms zorgt het universum zelf voor een romantisch moment, babe. Maar bedankt dat je het hebt verpest.’ Hij knijpt me zachtjes in mijn zij en ik geef hem een zachte por.
‘Hoe gaat het met je trainingen?’ vraag ik zacht en kijk nog steeds naar de vallende blaadjes. Nonchalant haalt hij zijn schouders op: ‘Wel goed…Het is een beetje demotiverend omdat ik nu een beetje blijf hangen.’
‘Misschien moet je harder oefenen,’ plaag ik hem en weer knijpt hij in mijn zij.
‘En jij…’ begint hij. ‘Jij hebt stiekem geoefend, of niet?’
‘Wanneer zou ik dat moeten doen, meneer Rivers?’
Hij doet net alsof hij nadenkt en lacht.
‘En waarom denk je dat ik heb zitten oefenen?’ vraag ik zacht en kijk hem aan, sla mijn armen om zijn hals.
Met een frons kijkt hij me aan, alsof hij me niet helemaal begrijpt. ‘De wind, die kwam opzetten toen je dacht dat je Remy zag. Dat was een gemaakte wind. En daarna toen je Steffen bedreigde, je overbrugde een afstand van drie meter zonder een stap te zetten.’
We kijken elkaar aan en denken beide over mijn acties na. ‘Heb ik werkelijk geen stap gezet?’
Tyas schudt zijn hoofd. ‘Nee, mijn liefste… Ik denk dat jij per ongeluk hebt geteleporteerd.’
Trots kijkt hij me aan en ik moet stiekem een beetje glunderen. Ik weet absoluut niet hoe ik het heb gedaan, maar het is een truc die pas mogelijk is wanneer je zilver hebt.
‘Wauw, echt?’ zeg ik vol ongeloof en Tyas geeft me een kus.
‘Zonde dat je vader je niet laat trainen, volgens mij zou je een geweldige Master kunnen worden.’
Het hele Master-gedoe staat momenteel in een ander licht bij mij. Van alle Masters die er in onze stad te vinden zijn, zijn er maar TWEE die sterk genoeg zijn om niet de verleidelijke stap naar de Goden te maken en hun vaardigheden voor het verkeerde doel te gebruiken. Het is voor een Master te verleidelijk om nog aan het belang van het universum en de anderen te denken als je het hele universum naar je eigen hand kunt zetten.

‘Wil jij echt een Master worden?’ vraag ik zacht aan hem en speelt met zijn haar dat in zijn nek hangt.
Tyas glimlacht. ‘Waarom niet?’ Ik weet dat hij er altijd van heeft gedroomd om een Master te worden, om de plaats van zijn vader straks over te nemen. Hij is er trots op een directe Rivers te zijn en met veel trots zal hij straks over de Riversside heersen.
Voorzichtig haal ik een schouder op en kijk hem aan. ‘Gewoon…’
‘Je bent bang dat ik naar de Goden zal gaan,’ constateert hij en ik knik. Het doet me zelfs pijn om zoiets te denken, om zo… depressief te zijn. Tyas verdient dat niet: een depressieve vriendin.
Zuchtend kijkt hij me aan en pakt mijn handen vast. ‘Zolang jij in mijn leven bent, zal ik never te nimmer een God worden.’
Een flauwe glimlach verschijnt op mijn gezicht en ik geef hem een kus.

Zijn telefoon begint te trillen en het woord “pap” komt in beeld. Tyas zucht weer en drukt de oproep weg. Het is niet bedoeld als: “ik wil je niet spreken”, maar bij hen is het bedoeld als: “ja, ik kom zo naar huis”.
Rick belt hem altijd als het tijd is voor Tyas om naar huis te gaan, hij drukt het gesprek dan weg en gaat dan ook echt altijd naar huis.
Tyas kijkt me aan en ik sta op. Mij kussend staat hij ook op en deze kus voelt anders. Intenser, met veel meer passie en liefde dan voorheen.
‘Moet ik met je meelopen naar je huis?’ vraagt hij nog beleefd terwijl we hand in hand weer terug lopen naar de doorgang.
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, ik ben volkomen veilig,’ zeg ik en kus hem weer. Hij knikt en loopt achterwaarts door de doorgang. Dat doet hij altijd, omdat hij mij zo lang mogelijk in het zicht wil houden.
Langzaam loop ik terug naar het huis en probeer Remy uit mijn gedachten te zetten. Ik heb het Tyas beloofd en daar moet ik me ook aan houden. Het zal een zware strijd worden tegen mijn eigen principes in, maar het moet wel. Diep van binnen weet ik dat Tyas en alle anderen gelijk hebben, maar het doet wel heel erg veel pijn om Remy werkelijk los te laten.

Thuis zijn pap en Jareto nog wakker en kijken op zodra ik de keuken binnenkom.
Mijn vader pakt me vast zodra ik hem voorbij loop en trekt me tegen zich aan. Het is een stevige omhelzing en ik blijf staan, sla mijn armen ook om hem heen.
‘We slaan ons er wel doorheen,’ fluistert hij in mijn haar en ik knik. Tranen wellen op, maar ik laat ze niet gaan. Ik wil mijn tranen niet laten gaan en haal diep adem.
Dan staat hij op en gaat naar de slaapkamer waar mam al ligt te slapen. Jareto en ik blijven achter en ik ga op een stoel zitten, hij schuift een glas cola mijn kant op. Zwijgend neem ik een slok en de gespannen en verdrietige sfeer is bijna niet te verdragen. Maar ik kan niet meer als een klein meisje verstoppen en wachten tot het allemaal over is.
Nee, net als de rest van het huis moet ik het gewoon accepteren en het verdriet laten komen.

‘That makes two of us,’ zegt Jareto en ik knik.
‘Jij gaat niet hè?’ smeek ik hem een beetje, want hij zal binnenkort de overstap maken naar zilver. Remy had ook zilver toen hij verdween.
Jareto kijkt me beledigd aan. ‘Zoiets zou ik onze familie nooit aan kunnen doen. Ik weet dat we het ook niet hadden verwacht van Remy, maar ik beloof je dat ik een Master word, net als pap.’
Het stelt me wel een beetje gerust en ik neem een slok van de cola. Jareto is namelijk iemand die altijd zijn woorden na komt.
‘En Tyas zal ook niet gaan,’ zegt hij zacht erachteraan.
Met een opgetrokken wenkbrauw kijk ik hem aan.
‘Ik heb hem gesproken vanmiddag en ik kreeg net een smsje van hem. Je bent bang dat hij je verlaat voor de Goden.’ En ik sta versteld dat zij twee zich echt als broers gedragen naar elkaar toe.

‘Wat weet je nog meer?’ vraag ik nieuwsgierig.
Jareto grinnikt. ‘Niets bijzonders. Alleen het noodzakelijke.’
Ik geloof hem niet en sla mijn armen voor mijn borst.
‘Echt! Ik weet verder niets van jullie relatie en dat wil ik ook echt niet! Ik hoef geen sappige details over jullie seksleven te weten,’ plaagt hij me en ik voel mijn wangen warm en rood worden.
Lachend sta ik op en schuif de stoel aan. ‘Tyas en ik hebben nog geen seksleven,’ plaag ik hem terug en ren de trap op.
‘En maar goed ook!’ plaagt Jareto en ik lach hardop.

De slaapkamerdeur sluit ik achter me en laat me op bed vallen. Tyas en ik hebben nog geen seksleven. Ik ben net zeventien geworden en stiekem ben ik een beetje bang. Mijn vriendinnen zijn allemaal iets ouder of hebben gewoon wat meer lef dan ik wat dat betreft, maar ik weet gewoon absoluut niet wat ik moet verwachten, laat staan dat ik weet wat ik moet doen.
En Tyas en ik hebben het er nog nooit over gehad. Niet sinds Remy’s verdwijning en ons gezin in de stress zit.
Het ligt al een jaar op een laag pitje en daarom ben ik ook bang dat Tyas me zal verlaten. Hij is achttien en hij heeft ook behoeften. En misschien wordt het ook wel weer tijd om weer alle aandacht aan onze relatie te geven. Dat zet mijn gedachten in ieder geval op iets anders dan Remy en ik moet toch accepteren dat hij er niet meer is.

Mijn telefoon trilt in mijn broekzak en ik trek het eruit.
Mijn adem blijft in mijn keel hangen en het zweet breekt me uit. Met trillende handen breng ik mijn telefoon dichterbij mijn gezicht: zie ik het echt goed?


Het is een bericht van Remy!!!

Ira, ben je daar?


Mijn hart begint te bonken en mijn ademhaling verzwaard. Met trillende vingers typ ik een bericht terug. Mijn hoofd draait weer overuren en ik kan dit niet geloven. O wee, als iemand een geintje met me uit haalt.

– Ja

Je hebt het zeker gehoord.

– Ja, ik haat je.
– Maar ik mis je ook en ik haat je omdat ik van je houd.

Ben je morgen vrij?

– Morgen is het zondag, natuurlijk ben ik vrij.
– Waar hang jij uit? Waarom doe je ons dit aan? Wat bezielt je?
– Wat is er aan de hand? Ga je nog antwoord geven op mijn vragen?

Geen reactie.