Drie

Mijn ogen kijken weer op mijn telefoon die op het nachtkastje ligt. Acht uur. Argh… Zuchtend draai ik me om en sla de dekens van me af. Wat een rotnacht.
Nauwelijks heb ik een oog dicht kunnen doen en toen ik om vijf uur eindelijk sliep, schrok ik na een half uur wakker van een vreselijke nachtmerrie.
Toen durfde ik niet meer te gaan slapen.

Ik gris de telefoon van het nachtkastje af en loop naar de badkamer om me klaar te maken.
Terwijl ik mijn tanden poets, glijden mijn ogen iedere keer naar het telefoonscherm. Stiekem hoop ik dat Remy nog meer berichten stuurt. Mijn adem stokt als de telefoon begint te trillen, maar ik raak al snel een beetje teleurgesteld. Het is Tyas maar; hij wenst me een goedemorgen.


– Laat dat “goede” maar achterwege. Hoe was jouw nacht?
Eerlijk gezegd: ik heb heerlijk geslapen. Wat is er met jou aan de hand?
– … Kan ik je niet sms’en. Hoe laat en waar zien we elkaar?
Zeg het maar.
– Onder de boom, net als gisteravond. Hoe lang heb je nog nodig?
Ik ben net wakker… Maar het klinkt dringend. Vijf minuten?
– Werkelijk ja? Vijf minuten? :p
Heb maar vijf minuten nodig 😉
– Zal ik dat later vaker van je horen? :p
Ha ha, niet alles geloven wat je vriendinnen je vertellen, babe 😉

Grinnikend trek ik mijn kleding aan en neem met snelle passen de trap naar beneden. Iedereen slaapt nog en de keuken en woonkamer ogen donker. Snel schrijf ik een briefje dat ik de hele dag met Tyas zal zijn. Daarna loop ik naar buiten. Hier schijnt de zon fel en met toegeknepen ogen loop ik de straat in, op weg naar de brasserie op de hoek waar ik meestal koffie en croissants haal voor Tyas en mij.
Het is er behoorlijk druk en ik ga netjes achter in de rij staan.

‘Taïra!’ Twee handen pakken mijn schouders vast en ik draai me om. Haar waterige groene ogen kijken me bezorgd aan. Jenna. De vriendin van Jareto.
Ze slaat haar armen om me heen en drukt me stevig tegen zich aan. ‘Oh ik vind het zo verschrikkelijk,’ begint ze te snotteren en veegt haar tranen weg zodra ze me loslaat.
Een brok ontstaat in mijn keel en ik bijt op de binnenkant van mijn wang. Haar lichtbruine haren zitten in een verwarde knot op haar hoofd en haar groene ogen laten een waterval stromen over haar wangen. Met een hoodie van Jareto en die grijze joggingsbroek ziet ze er echt belabberd uit. Waarom gaat ze zo over straat?
‘Ik kon niet eerder thuiskomen,’ gaat ze verder en ik haal een schouder op. ‘Maar ik ga zo naar je broer toe.’
Kort knik ik en sus haar door met mijn hand over haar arm te wrijven. Haar gesnik wordt al een stuk minder. Opeens voel ik alle ogen op ons branden en kijk ik op naar de anderen. Snel draaien ze hun hoofden weg, alsof er niets aan de hand is.

‘Wie kan ik dan helpen?’ vraagt het meisje achter de toonbank en ik draai me om. ‘Twee koffie en vijf croissants,’ zeg ik met een droge keel en leg een briefje van 20 op de balie.
Jenna zegt niets meer en ik weet ook niets te zeggen. Eerlijk gezegd heb ik ook geen zin om met haar over Remy te praten. Want net als Jareto, pa en alle anderen zal zij ook Remy gaan vergeten.

Het is ongemakkelijk stil in de brasserie en ik haal diep adem, welke ik voor een moment in houd. Ik kijk op mijn horloge. Nog twee minuten en dan is Tyas bij de bank. Ik tuit mijn lippen en staar naar mijn voeten. Ik wil al die starende gezichten niet zien. Oh, wat vreselijk dit. Het is nog erger dan het afgelopen jaar.

Als het meisje dan eindelijk mijn bestelling geeft, haast ik me de brasserie uit.
‘Ik zie je vanavond,’ roep ik nog naar Jenna en wacht niet op haar reactie. Weer kijk ik op mijn horloge. Nog 1 minuut. Ik vind het verschrikkelijk als ik te laat kom, al zou Tyas het niet eens zo erg vinden.
In de verte zie ik hem staan. Met zijn armen tegenover elkaar geslagen leunt hij met zijn rug tegen de boom aan.
En opeens sta ik twee meter van hem af. Tyas valt van schrik bijna om en schiet een vuurbal op me af, die hij zelf nog snel afwendt met een stevige windvlaag. ‘Holy! Taïra!’
‘Sorry! Ik weet ook niet hoe dat kan!’ gil ik.
Tyas grijpt me vast en trekt me tegen zich aan, de croissants worden tussen onze lichamen geplet.
‘Je hebt me niet geraakt,’ zeg ik snel en zacht. ‘Je reflex met de wind was erg snel.’ Geruststellend geef ik hem een kus. Hij laat me los en samen gaan we op het bankje zitten.
‘Je doet de raarste dingen, de laatste tijd,’ zegt hij zacht.
Ik geef hem een cynische blik. ‘De laatste tijd? Alleen gisteren en vandaag.’
Hij haalt kort een schouder op. ‘Je teleporteert. Weet je dat ik dat net onder de knie heb? En dan lukt het me niet eens altijd.’
‘Ik heb dat ook niet onder de knie. Dat zie je toch!’ Ik haal een geplet croissantje uit de papieren zak en geef die aan hem samen met een beker koffie. Hij neemt direct een hap van het broodje en knikt.
‘Wie weet teleporteer ik mezelf per ongeluk een keer voor een tram of-‘
‘AAAHhhh Blablablabla, praat niet zo eng!’ schreeuwt hij met volle mond en geeft me een por.
Hoofdschuddend schiet ik in de lach. ‘Wat? Het is toch zo. Ik heb die truc echt niet onder de knie.’
‘Dan wordt het hoog tijd.’
‘Je weet dat mijn pa dat niet goed vindt,’ zeg ik zacht en moet weer denken aan de vele discussies die Remy en pa voerden om mijn ongebruikt talent.
‘Met alle respect: schijt aan je pa. Ik leer je de trucs wel,’ praat hij weer met volle mond.
Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik hem aan. ‘Oh, en waar wil je dat precies gaan doen? Je weet dat we allebei in de gaten gehouden worden.’
‘Aan de Riversside. De Rivers praten niet met Donovans dus jouw kant komt er echt niet achter dat je bij ons traint,’ zegt hij droogjes en neemt een slok koffie, waarna hij een vies gezicht trekt. ‘Melk… Deze is van jou,’ en hij geeft me de beker aan en pakt de andere van me over.
‘Ik mag niet aan de Riversside komen in verband met Remy,’ geef ik zachtjes toe.
‘Wat? Waarom dat niet? Remy is echt niet bij ons, hoor. En wij hebben er niets mee te maken.’
‘Weet ik. En pa weet dat ook. Je weet hoe hij is.’
Tyas slaat een arm om mijn schouders heen en trekt me tegen zich aan.

‘Maar vertel… Waarom was het geen goedemorgen voor jou? Je ziet er inderdaad verschrikkelijk uit,’ plaat hij me, terwijl hij het laatste stukje van zijn croissant in zijn mond stopt.
Ik geef hem een por, maar moet toch lachen. ‘Bedankt. Ik vind jou ook mooi vandaag.’
Tyas grinnikt en geeft me een kus op mijn wang. Croissantkruimels blijven plakken en met een vies gezicht veeg ik ze ervan af.

Mijn keel wordt droog als ik weer aan Remy’s berichten denk en aarzelend pak ik mijn telefoon uit mijn broekzak.
‘Toern ik thuiskwam,’ begin ik, maar Tyas onderbreekt me.
‘Ja, Jareto stuurde nog een klaagsmsje dat jij hem plaagt met details over ons seksleven.’
Ik schiet in de lach en leg hem uit hoe het werkelijk ging. Mijn wangen worden rood, terwijl ik hem erover vertel en voordat ik me echt ongemakkelijk kan voelen, begin ik door mijn telefoon te scrollen.
‘Maar ik kreeg dus berichtjes toen ik op mijn kamer was.’
Tyas laat mijn schouders los. ‘Wat voor berichten?’
Ik haal diep adem, terwijl ik het scherm naar hem toedraai en de berichten van Remy laat zien.

‘Dit kan niet,’ zegt hij en kijkt nog steeds naar het scherm. Zijn ogen glijden over de berichtjes aan. ‘Iemand haalt een grap met je uit, babe. Een zieke grap.’
‘Maar wat als het echt Remy is?’ vraag ik zacht. ‘Het is zijn telefoonnummer.’
Tyas schudt zijn hoofd. ‘Babe,’ zucht hij. ‘Wat heb ik je gisteren nou gezegd?’ Hij klinkt een beetje gepikeerd en daarom besluit ik alleen maar zachtjes te knikken. Zijn armen slaat hij om me heen en kust me.
‘Ik weet dat het nu zwaar is en daarom zal ik er voor je zijn. We komen er wel doorheen,’ fluistert hij in mijn oor en zijn adem kietelt in mijn nek. Zijn lippen raken mijn oor zachtjes en ik trek mijn schouder hoog op, omdat hij zo kriebelt.
‘Ik zal je gedachten wel eventjes op iets anders zetten,’ fluistert hij met een plagende toon en begint me kusjes te geven in mijn nek. Giechelen duw ik mijn schouder nog dieper in mijn hals. Zijn lippen volgen een weg over mijn flauwe kaaklijn en vinden mijn mond. Van genot sluit ik mijn ogen en kus hem terug. Zijn handen glijden over mijn heupen en rusten op mijn onderrug. Dan trekt hij me opeens op schoot en duwt zijn lichaam tegen de mijne aan.

Iemand schraapt zijn keel en we stoppen abrupt met kussen.
‘Sorry dat ik stoor, maar ik wilde weten waarom jullie gisteravond niet op het festival waren.’
We kijken beide op en zien Bolle op de muur zitten. Tyas schudt lachend zijn hoofd.
‘We hebben jullie gemist. Jullie hebben een hoop gemist. Steffen had weer eens ruzie en de hele buitenste tent stond opeens onder water,’ begint Bolle enthousiast verder te vertellen. Maar wij luisteren niet, want Tyas begint me weer zachtjes te kussen.
‘Oy! Ik praat tegen jullie!’ hoor ik Bolle klagen, maar Tyas en ik gaan dieper in op onze kus.

Een enorme windvlaag slaat ons uit elkaar en Tyas geeft Bolle een geërgerde blik. Een tweede windvlaag slaat hem van de muur af en Bolle slaakt een kreet. Tyas en ik schieten in de lach, waarna hij mijn hand pakt en me mee trekt naar de doorgang.
Ik ben al zo vaak aan de Riversside geweest, maar vandaag ben ik wel zenuwachtig. Mijn pa zal furieus worden als hij erachter komt en dan heb ik huisarrest voor de rest van mijn leven.
Tyas merkt het aan me en knijpt geruststellend in mijn hand. Diep haal ik adem en groet met een knik de Rivers die bij de doorgang staan.
‘Mejuffrouw Donovan,’ zegt er eentje beleefd en Tyas trekt me richting Bolle die het zand van zijn broek veegt.

‘Dat… was gemeen,’ klaagt hij en wijst naar Tyas.
‘Dat krijg je ervan als je mij stoort, terwijl ik druk bezig ben.’
‘Druk bezig zijn?’ Bolle’s stem schiet een octaaf omhoog. ‘Dat kleffe gedoe hoort in de slaapkamer thuis, niet op een bankje in het openbaar.’ Bolle knipoogt naar me en loopt met ons mee zodra Tyas me verder trekt.
‘Waar gaan we heen?’ vraag ik zacht – en om van onderwerp te veranderen.
‘Naar de oever.’ De River is de enige rivier die door onze stad stroomt, het langste deel gaat door de Riversside. Vandaar ook hun achternaam en de naam van hun stadsdeel.

‘Het trainingsgebied?’ vraagt Bolle voordat ik kan reageren.
Tyas knikt. ‘Ja, wij gaan trainen. En jij mag meehelpen als je je mond erover houdt,’ klinkt hij bazig en ik druk mijn lippen op elkaar. Tyas komt wel vaker bazig over bij zijn vrienden en dat vind ik nooit zo leuk. Zijn vrienden zelf schijnen het niet erg te vinden of ze laten dat niet merken als ik er bij ben.
‘Ik dacht dat jij niet mocht trainen,’ zegt Bolle zacht tegen me.
‘Daarom wil ik ook dat je je mond houdt. Nie-mand mag weten dat Taïra hier komt trainen,’ geeft Tyas als reactie voordat ik dat kan doen.
Bolle knikt met opeengeperste lippen.
Als Tyas hem vertrouwt, dan doe ik dat ook.