‘Zit,’ zegt Tyas glimlachend en ik ga in het groene gras zitten. De rivier stroomt rustig langs ons heen.
‘Bolle en ik geven wel eerst een demonstratie,’ gaat Tyas verder en een gevecht vol wind, water en vuur barst los.
Het fascineert me, maar het doet me ook pijn. Het doet me denken aan Remy en Jareto die samen aan het trainen waren. Pa zat meestal naast me en schreeuwde naar hen wat ze moesten doen. Soms deed hij mee.
Dus met een gemengd gevoel kijk ik toe hoe deze twee jongens hun kunsten laten zien. Tyas is veel sterker dan Bolle en dat is duidelijk te zien.
Dan draait Tyas zich om en kijkt me aan. Bolle is buitenadem en leunt met zijn handen op zijn knieën.
‘Kom,’ hij wenkt me en gaat dichterbij de rivier staan. Terwijl ik op sta, veeg ik mijn broek af en ga naast hem staan.
‘De waterfase, daar begint het allemaal mee,’ begint hij en ik knik. ‘Maar je kent alle stappen vast wel uit je hoofd.’
Weer knik ik.
‘Wanneer je verdwijnt, wat voel je dan precies in je lichaam?’ Hij referreert naar mijn verdwijntruc.
‘Een knoop in mijn maag,’ zeg ik zacht. ‘Het voelt alsof er echt een knoop in mijn maag zit. Een bol… iets.’
Tyas grinnikt: ‘Dat is een goed teken. Je moet die bol energie gebruiken om het universum te buigen. Niet direct, maar laten we beginnen met water.’
Hij wijst naar de rivier.
‘Laten we golfjes maken,’ hij steekt zijn hand op en het water krijgt direct rimpels, die snel genoeg veranderen in kleine golfjes van tien centimeter hoog. Zodra hij zijn hand laat zakken, gaan de golfjes weer liggen.
Teder pakt hij mijn pols vast, steekt hem op. Ik strek mijn vingers en wijs met mijn palm richting de rivier. Tyas gaat achter me staan, houdt nog steeds mijn pols vast en legt zijn andere hand op mijn buik.
‘Zit die knoop hier?’ vraagt hij in mijn oor en ik knik. Zijn adem kriebelt in mijn nek.
Zachtjes duwt hij erop. ‘Houd die knoop vast. Als je verdwijnt, dan laat je die energie los over je hele lichaam. Nu moet je hem naar je hand sturen.’
Lucht vliegt uit mijn longen: ‘Hoe?’
‘Je moet het vasthouden en sturen. Duw hem naar je hand, laat hem niet gewoon los zoals bij de verdwijntruc.’
‘Mag ik mijn ogen dicht doen?’ vraag ik voorzichtig.
‘Als dat het makkelijker maakt.’
Dus ik doe mijn ogen dicht en zet mijn concentratie op die knoop in mijn maag. Ik voel hem groter worden en mijn hart begint van zenuwen te kloppen. Wat als ik iets fout doe? Wat als ik een of andere truc uithaal waarop Tyas niet is voorbereid?
‘Niet aarzelen, babe. Je kunt het wel. Stuur hem naar je hand,’ moedigt hij me aan, terwijl hij me nog steeds vasthoudt.
In gedachten duw ik de energie van de knoop via mijn bovenlichaam naar mijn schouder en laat hem naar mijn hand glijden. Hij voelt als een warme gloed die door mijn aderen stroomt, maar toch ook weer niet. Ik weet niet zo goed hoe ik hem moet omschrijven.
Zodra Bolle juicht, weet ik dat ik succes heb en open ik mijn ogen. De rivier maakt kleine golfjes.
Tyas laat me los en legt zijn handen op mijn schouder, knijpt er zachtjes in. ‘Goed zo!’
Mijn arm wordt zwaar en ik laat hem zakken. De golfjes verdwijnen weer en ik besef dat hij me best veel energie kost.


De zon brandt op mijn huid en met een zucht ga ik in het gras zitten.
‘Kost veel energie hè?’ zegt Tyas en ik knik, terwijl ik op adem kom. Het is maar een kleine truc, maar man… Wat vreet dat veel energie. Ik heb het gevoel als ik de hele ochtend gewicht heb geheven met één arm.
Tyas en Bolle komen ieder aan een kant van me zitten. Bolle speelt met de wind.
‘Kun jij als Mozes de rivier splitsen?’ vraag ik lachend en Tyas grinnikt. Zijn hand gaat omhoog en hij concentreert zich op het water. Een kleine beweging met zijn hand en de rivier split in tweeën. Met grote ogen kijk ik ernaar en vraag me af hoe versteld ik zal staan als hij het “grote werk” laat zien. Ik weet dat hij zilver heeft, maar hij gebruikt zijn vaardigheden nooit wanneer ik bij hem in de buurt ben. Een “simpele” truc als deze zal voor hem net zoiets zijn als een simpele teug adem.

Bolle grinnikt: ‘Patser,’ en hij geeft Tyas een duw waardoor de rivier weer in zijn normale loop valt.
‘Patser? Jij bent volgens mij degene die zich altijd loopt uit te sloven,’ grapt hij en geeft hem een duw terug.
Een windvlaag komt opzetten en Tyas begint te schateren. ‘Bolle, is dat het enige wat je kunt?’ plaagt hij hem.
Bolle springt boven op hem en een geworstel ontstaat tussen de twee. Zo nu en dan krijg ik een knie, voet, elleboog of schouder tegen me aangeduwd en lachend sta ik op.
Verderop zie ik Steffen lopen, hij komt deze kant op en ik slaak een zucht. Als ik ergens geen zin in heb, is het wel de gezelschap van Steffen. Wat een verschrikkelijk joch vind ik dat. Ik kan maar niet begrijpen dat Tyas en hij vrienden zijn. Tyas is zo anders dan Steffen. Steffen is echt het typetje arrogante mooi boy. Ik wil hem niet eens mooi noemen, want dat vind ik hem echt niet maar als ik de andere meiden moet geloven, dan is hij mooi. En behoorlijk arrogant! Hij weet gewoon dat hij mooi is en loopt er behoorlijk mee te koop… Moet je hem zien: een strak wit hemdje dat bijna te klein is, zijn spieren puilen er onder uit. Zijn korte blauwe broek past perfect bij de kleur van zijn ogen en dan dat geblondeerde haar… Hij is mooi als blonde jongen, mooier dan met zijn eigen haarkleur –bruin- en dat weet hij. Daarom verft hij ze ook. Zijn witte tanden lachen naar me zodra hij me in beeld krijgt en ik walg alweer van hem. Geërgerd sla ik mijn handen over elkaar en knijp mijn ogen samen.

‘Whoaahhh, waar komt die wind vandaan?’ Bolle laat Tyas los en kijkt verward om zich heen.
De wind is inderdaad behoorlijk agressief en mijn haren gaan flink door de war. Mijn shirt waait omhoog en alle drie hebben we moeite om op onze benen te blijven staan. Ook Steffen heeft moeite om zijn balans te houden in de steeds agressiever wordende wind. Een windvlaag slaat me achteruit en Tyas vangt me op.
‘Tyas! Dit is niet meer grappig!’ klaagt Bolle en probeert hem op zijn arm te slaan, maar de wind is daar zelfs te sterk voor.
‘Ik ben het niet,’ zegt Tyas en pakt mij steviger vast. ‘Steffen kan het niet zijn,’ zegt hij meteen daarna en opeens knijpt hij in mijn zij.
‘Auw,’ geërgerd draai ik me om en kijk Tyas met een boze blik aan. De wind gaat opvallend snel liggen.
‘Waar sloeg dat op?’ vraag ik boos en trek mijn shirt omhoog. Een rode plek toont kleine blauwe plekjes.
Hij pakt mijn hand vast en kijkt me diep in mijn ogen aan, negeert mijn boze blik en vraag.
Hoofdschuddend alsof hij me niet gelooft, kijkt hij nu naar mijn handen en mijn wenkbrauwen gaan vragend omhoog.
‘Wat is er?’ vraag ik bang, mijn stem begint te trillen. Tyas heeft nog nooit zo raar gereageerd.
‘Die wind…’ zegt hij zacht, maar hij wordt verstoord door Steffen die met luid geklaag bij ons komt staan.
‘Welke idioot was dat?’ vraagt hij buiten adem en ik erger me alweer kapot aan die jongen. Kwaad kijk ik hem aan, terwijl ik de verwilderde haren uit mijn gezicht veeg. Geërgerd klem ik mijn kaken op elkaar: na wat hij gisteren tegen me heeft gezegd, mag ik hem nog minder dan ik eerst al deed.

Een wind komt weer opzetten en Steffen krijgt een enorme klap waardoor hij in de rivier terecht komt. Alle drie reageren we geschokt en Bolle rent naar hem toe om hem een handje te helpen. Steffen is nu pislink en kijkt ons kwaad aan. ‘Dat was niet grappig, gast,’ zegt hij tegen Tyas.
‘Ik was het niet!’ zegt Tyas en geeft mij een kwade blik.
‘Wat? Waarom kijk je naar mij?’
‘Omdat jij dat doet, Taïra!’ zegt Tyas geërgerd en ik schud verward mijn hoofd.
‘Ik doe niets!’ gooi ik eruit en sla mijn armen over elkaar. ‘Je weet zelf dat ik geen enkele truc beheers!’
Zijn kwade blik verzacht een beetje omdat hij weet dat ik gelijk heb: ik beheers geen trucs en kan echt niet de wind zo hard laten waaien.
Soppend komt Steffen bij ons staan, het water druipt van hem af en Bolle moet stiekem lachen.
‘Misschien is het wel het universum zelf. Er bestaat altijd nog zoiets als karma, hè Steffen,’ zeg ik betweterig.
Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en gromt bijna naar me. ‘Daag me niet uit, Donovan.’
‘Oh, en wat wil je doen dan?’ zeg ik kwaad en bal mijn handen tot vuisten.
‘Denk eraan, Donovan. Je bent aan de verkeerde kant van de grens… Vriendin of geen vriendin van Tyas, dat interesseert me niet. Ik heb een hekel aan alle Donovans.’ Zijn zwarte polsband schittert in de zon.
‘En het interesseert mij geen moer dat ik aan de Riversside ben. Ik hoor hier meer thuis dan jij,’ zeg ik en ik weet dat ik hem daarmee uitdaag, maar het kan me echt weinig schelen. Vaardigheden of niet, ik weet dat ik een behoorlijke vuistslag heb.
Steffen zet een stap in mijn richting en ik zie Tyas al een beweging maken om ertussen te springen, maar voordat ze beiden ook maar een echte beweging kunnen maken, vliegt Steffen alweer door de lucht en belandt hij weer in de rivier. Tyas duikt nog snel weg voor de windvlaag… En dit keer ben ik het wel… Ik voelde de energie in mijn lichaam. Ik voelde het laaiende vuur in mijn lichaam, de woede in mijn binnenste en hoe het zich tot een bol energie vormde. Hij kriebelde in mijn buik als een zwerm vlinders bij een verliefdheid, hij gaf me energie, hij gaf me een levendig en sterk gevoel. En ik weet niet hoe ik het precies doe of waar het allemaal vandaan komt, maar die windvlaag was door mij veroorzaakt en ik had er controle over.